Who's afraid of red, white and blue

Who's afraid of red, white and blue

WHO’S AFRAID OF RED, WHITE AND BLUE

Ciconia Consort o.l.v. Dick van Gasterenwho is afraid (452x640)
Jeff Hamburg, gastspreker

zo 21 september 2014,
Amstelkerk in Amsterdam
aanvang 15:00

zo 28 september 2014,
Nieuwe Kerk in Den Haag
aanvang 14:30

do 30 oktober 2014,
De Toonzaal in Den Boschbc_logo
aanvang 20:30

Hoofdsponsor:

PROGRAMMA

Hendrik AndriessenVariaties en fuga op een thema van Johann Kuhnau
Jeff HamburgSchuylkill
Jan van GilseZwei Sätze für Streicher
Otto KettingSouvenirs du Printemps
____________________________________________________________________________
Het Ciconia Consort presenteert een geheel Nederlands concertprogramma met vier afwisselende muziekwerken voor strijkorkest van verschillende generaties componisten. Met een reis door de geschiedenis van de Nederlandse 20ste eeuwse muziek zult u merken dat de Nederlandse compositieschool een zeer eigen klankidioom vertegen-woordigt in de wereld van de klassieke muziek. Dirigent Dick van Gasteren heeft grote affiniteit met muziek van Jan van Gilse en werkte in 1995 mee aan de première en CD-opname van Schuylkill van Jeff Hamburg bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest in Haarlem.

Zowel Hendrik Andriessen als Otto Ketting waren docent compositie aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Jeff Hamburg was leerling van Louis Andriessen (zoon van Hendrik) aan ditzelfde instituut. Hiermee vervult de stad Den Haag een sleutelrol in dit programma en in de 20ste-eeuwse specifieke Nederlandse klankcultuur.
Componist Jeff Hamburg zelf zal vanaf het podium het concertprogramma toelichten. Als voorzitter van GeNeCo (Genootschap Nederlandse Componisten) is Hamburg als geen ander op de hoogte van zowel de geschiedenis van Nederlandse muziek als de hedendaagse Nederlandse muziekcultuur.

Hendrik Andriessen (1892-1982)
De Kuhnau variaties zijn geschreven vanuit een orthodox katholieke traditie. In de voetsporen van zijn vader werd Andriessen organist van de Sint-Josephkerk in Haarlem. Hij bekwaamde zich hierdoor vooral in impro-visatie. Andriessen had een zeer belangrijke invloed op het Nederlandse muziekonderwijs. Hij doceerde mu-ziektheorie en compositie aan het Amsterdams Conservatorium en orgel, improvisatie en gregoriaans aan de rooms-Katholieke Kerkmuziekschool te Utrecht. Later werd hij conservatoriumdirecteur in Utrecht en in Den Haag en combineerde hij die functie met het buitengewoon hoogleraarschap aan de Katholieke Univer-siteit Nijmegen. Tegelijkertijd was hij ook als componist zeer productief en beoefende hij alle mogelijke genres.
Tot zijn bekendste orkestwerken behoren de Variaties en fuga op een thema van Johann Kuhnau voor strijkorkest (1935) en de Ricercare voor symfonie-orkest. Hij experimenteerde zelfs met twaalftoonsreeksen (in de Symfonische Etude en de Vierde symfonie), zonder de tonaliteit uit het oog te verliezen. Andriessen was ervan overtuigd dat composities niet alleen voortkomen uit degelijk vakmanschap, maar ook uit “het gegeven”, de “inval”, de “geschonken muziek”. In zijn muziek is het hymnische element even belangrijk als het contemplatieve.

Jeff Hamburg (1956-heden) – Schuylkill
Hamburg studeerde compositie en akoestiek aan de Universiteit van Illinois. Hij verhuisde naar Nederland om in 1978 in Den Haag te studeren bij Louis Andriessen. De invloed van Andriessen op Hamburg is in zijn werken uit de jaren ’80 nog goed te horen, maar in zijn latere composities heeft Hamburg zijn eigen stijl gevonden. Dit heeft te maken met de zoektocht naar zijn eigen, joodse achtergrond en de muziek die hierbij hoort. Joodse legendes en Bijbelse verhalen zijn veelal inspiratiebronnen voor zijn muziek en Hamburg laat klanken horen die doen denken aan klezmer en Oost-Europa. Dit heeft niet alleen geleid tot muziek die dichter bij zijn eigen gevoelsleven staat, maar ook tot een bredere bijval van het publiek.
In 2002 werd aan Hamburg de ANV-Visser Neerlandia-prijs toegekend. De jury prijst zijn veelzijdig oeuvre dat “emotioneert, charmeert en verrast”.
Samen met Joep Franssens en John Borstlap, richtte Jeff Hamburg in 2003 ComponistenGroep Amsterdam op. Tevens is hij sinds 2008 voorzitter van GeNeCo (Genootschap Nederlandse Componisten).

Jan van Gilse (1881-1944) – Zwei Sätze für Streicher is oorspronkelijk geschreven voor strijkkwartet, maar is onlangs bewerkt voor strijkorkest door Jeff Hamburg. Jan van Gilse studeerde in Keulen en Berlijn en was leerling van onder meer Engelbert Humperdinck en Franz Wüllner.
In 1901 verwierf Van Gilse een prijs van het Beethovenhaus in Bonn voor zijn eerste symfonie. In 1909 werd hem de Preis der Michael-Beer-Stiftung toegekend voor zijn derde symfonie, Erhebung. Dit stelde hem in staat om een jaar lang in Rome te studeren.
In februari 1911 was hij één van de oprichters van het (GeNeCo). Hierdoor werd het mogelijk de rechten van componisten te verdedigen en ook vergoedingen op te eisen die de componisten toekwamen. In 1913 was hij een van de initiatiefnemers van het oprichten van het Bureau voor Muzikale Auteursrechten (BUMA).
Van Gilse was van 1917 tot 1922 dirigent van het Utrechts Stedelijk Orkest (USO). Hij had succes bij het Utrechtse publiek, maar trad af wegens een conflict met het bestuur. Het ging over Van Gilses verzoek om de componist en muziekcriticus Willem Pijper – die in het Utrechts Dagblad zijn inspanningen “fnuikend voor het muziekleven” noemde – de toegang tot de concerten te ontzeggen. De toon van Pijpers recensies was zeer onaangenaam jegens Van Gilse, die dit conflict niet kon winnen. Hij gooide, moegestreden en overspannen, in 1922 het bijltje erbij neer.
Van Gilse componeerde onder meer vier symfonieën en twee opera’s, waaronder Thijl. Zijn stijl is verwant aan die van de Duitse late romantiek, behoudens enkele modernismen in de latere werken. Met name aan de voorbeelden van zijn leermeester Humperdinck, Richard Strauss en Gustav Mahler heeft zijn stijl veel te danken. In zijn kamermuziek toont hij ook enige invloed van Brahms.

Otto Ketting (1935-2012) ‘Souvenirs du Printemps’.
De in december 2012 overleden Nederlands-Haagse componist Otto Ketting werd geboren als zoon van de componist Piet Ketting. Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag en later bij Karl Amadeus Hartmann in München. Van 1967 tot 1974 gaf hij les als hoofdleraar instrumentatie en compositie, eerst aan het Rotterdams Conservatorium  en daarna aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In de jaren daarna legde hij zich meer toe op dirigeren en publiceren. Hij schreef onder andere muziek bij sommige films van Bert Haanstra (onder andere Alleman en Dokter Pulder zaait papavers), en voor de film De Anna van Erik van Zuylen.
Ketting heeft meer dan eens aangegeven dat hij zeer geïnspireerd werd door Stravinsky en in al zijn muziek waart dan ook de geest van Stravinsky.
“Ik heb een ongelooflijk wantrouwen tegen inspiratie – wat daaruit voortkomt gooi ik ook altijd weg.’ Maar tegelijkertijd streefde hij naar een ‘bepaalde emotie’: ‘Dat mag van alles zijn, het kan angst zijn, of vervoering… Dat komt vanzelf, ook als ik heel streng zit te rekenen. Bij het ordenen van een reeks akkoorden zal ik er toch altijd één akkoord tussen stoppen om de enige reden dat ik het zo’n mooi akkoord vind. In de grond ben ik toch wel een romanticus.”
Het werk ‘Souvenirs du printemps’ schreef Ketting in 2001 met financiële steun van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, in opdracht van Muziekcentrum Frits Philips voor het Festival der Nederlandse Strijkkwartetten. Het werk is opgedragen aan Henk Guittart van het Schönberg en Mondriaan Kwartet. Dit werk kan gelden als een van zijn meesterwerken. Het stuk wordt wel beschouwd als een synthese tussen Stravinsky en Berg.