Der blaue Engel

Der blaue Engel

 

Berlijn & Parijs in het interbellum

Ciconia Consort
Dick van Gasteren dirigent
Maria Pedano zang

Anuschka Pedano altviool

 


Dinsdag 18 februari 2020, aanvang 20.15 uur
De Vereeniging, Nijmegen

Zaterdag 22 februari 2020, aanvang 20.15 uur
De Nieuwe Kerk, Den Haag
Entree: €32 1ste rang / €28 2e rang / Uitpas €2,50 korting / €10 tot 27 jaar en ooievaarspas / €2,50 t/m 12 jaar / Diner-concert-arrangement Pavlov €54 (1ste rang), €50 (2e rang)
Bestel kaarten online of via 070 88 00 333

Zondag 1 maart 2020, aanvang 11.30 uur
Schouwburg Odeon – Hemminkzaal, Zwolle

Vrijdag 13 maart 2020, aanvang 20.15 uur
De Doelen – Jurriaanse Zaal, Rotterdam
Entree: €28 / €10 tot 27 jaar/CJP
Bestel kaarten online of via T 010 21 71 717

Zaterdag 14 maart 2020, aanvang 20.15 uur
Concertzaal Willem Twee (v/h De Toonzaal), Den Bosch


Programma
Ernst Krenek (1900-1991) – Fünf kurze Stücke fur Streicher, opus 116
Paul Hindemith (1895-1963) – Trauermusik voor altviool en strijkorkest
Erich Korngold (1897-1957) – Mariettes Lied uit Die tote Stadt
Darius Milhaud (1892-1974) – Kammersymfonie no. 4 opus 74 voor strijkers
Charles Koechlin (1867-1950) – Sur les flots lointain
Kurt Weill (1900-1950) – Je ne t’aime pas & Die Moritat von Mackie Messer uit Die Dreigroschenoper
Erich Korngold – Symphonic serenade opus 39 voor strijkorkest

Der blaue Engel is een Duitse zwart-wit film uit 1930, geregisseerd door Josef von Sternberg. Het scenario is gebaseerd op de roman Professor Unrat oder Das Ende eines Tyrannen van Heinrich Mann. Hoofdrolspeelster Marlene Dietrich zingt in de film haar bekendste lied: Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt, und sonst… gar nichts. De film representeert een tijdsbeeld van het interbellum, de periode tussen de beide wereldoorlogen vol crisis en politieke instabiliteit, armoede en werkeloosheid. Maar ook een periode met opmerkelijke ontwikkelingen in de wereld van beeldende kunst, film, literatuur, toneel, theater en muziek.

In het concertprogramma Der blaue Engel komen moderne klassieke muziek, amusementsmuziek en theater samen. De zusjes Maria en Anuschka Pedano zijn jonge en veelzijdige talenten met veel affiniteit voor zowel het klassieke als lichte genre. Maria als meesterlijke vertolker van het Franse chanson, waagt zich nu ook aan de Duitse liederen van Kurt Weill en Erich Korngold.
In de jaren ’20 van de vorige eeuw maakt het uitgaansleven in de culturele hoofdsteden Berlijn en Parijs een ongekende bloei door. Het is een periode van politieke satire en humoristische maatschappijkritiek en zowel het theater- als klassieke muziekleven bevindt zich in een uitgesproken experimentele fase. Bertolt Brecht maakt in Berlijn zijn vernieuwende epische theater, ook wel theater van de vervreemding of politiek theater genoemd. Brecht is ervan overtuigd dat theater meer mogelijkheden biedt dan louter vermaak. Hij wil geen theater maken dat mensen in slaap sust, maar dat inzicht geeft in de maatschappelijke en politieke situatie. Theater moet de wereld veranderen! In 1926 vraagt Brecht aan Kurt Weill om muziek te componeren bij zijn Dreigroschenoper. De combinatie Brecht-Weill wordt hiermee in een klap wereldberoemd. Die Moritat von Mackie Messer is het bekendste lied uit Die Dreigroschenoper. Het stuk, bedoeld als sociale kritiek, krijgt uiteindelijk (ook dankzij de jazz-achtige muziek van Weill), vooral het karakter van een parodie.

Ook het uitgaansleven in Parijs maakt een ongekende bloei door. In Parijs ontstaat in de jaren ‘20 de Groupe des Six, met o.a. de componisten Francis Poulenc en Darius Milhaud. De muziek van deze groep wordt gekenmerkt door speelsheid en eenvoud en laat zich sterk beïnvloeden door populaire muziek als jazz. De Groupe des Six lijkt, anders dan de componisten in Berlijn, weg te duiken voor de politieke gebeurtenissen van zijn tijd.
Aan het bloeiende en sociaal betrokken muziekleven in Berlijn komt in de jaren ‘30 een eind. Uitingen van de roerige jaren ‘20, worden door nazi’s afgedaan als Entartete Kunst. Met het regime van Adolf Hitler komt een radicale ommekeer in de kunst. Voortaan moet kunst vooral de heroiek van het Duitse volk en het Germaanse ras in heden en verleden benadrukken. Joodse kunstenaars waaronder Weill, Brecht en Korngold vluchten voor het naderende nazigeweld naar Amerika.


Maria Eugenia Pedano (2003) speelt sinds haar zesde jaar hobo. Zij krijgt hoboles van Hans Roerade.
Toen zij tien jaar oud was, won Maria het Prinses Christina Junior Concours. Dit leidde tot optredens tijdens het Kinderprinsengrachtconcert 2014 en de Max Proms met het Metropole orkest. Zij won vele prijzen, o.a. de Govert van Wijn Muziekprijs tijdens de Maassluise Muziekweek en de tweede prijs en de Ruud van der Meer prijs bij de landelijke finale Prinses Christina Concours en de eerste prijs op het internationale concours “Gnessin Competition for Young Musicians” 2018 in Moskou.
Naar aanleiding van haar behaalde prijs bij het PCC soleerde zij met de Philharmonie Zuid Nederland en werd zij uitgenodigd door Prinses Christina in Italië en door de Nederlandse Ambassade in Zürich om concerten te geven.
Naast hobospelen heeft Maria bijzonder veel talent voor zang en ligt haar hart bij het Franse chanson. Sinds 2016 heeft zij zangles van Sarah Barrett. Ze heeft meegedaan aan musicalproducties zoals bijvoorbeeld “Moeder ik wil bij de Revue” van Joop van de Ende. In 2016 won zij het Concours de la Chanson Alliance Française. Naar aanleiding van deze prijs heeft zij in 2016 opgetreden in Parijs. Ook was zij in 2016 en 2017 een paar maal met Franse chansons te gast in het televisieprogramma Podium Witteman.

Anuschka Pedano (2001) altviool
Anuschka Pedano begon op negen jarige leeftijd met altviool lessen bij Julia Dinerstein, van wie zij nog altijd les heeft. Zij volgde masterclasses o.a.bij Michael Kugel, Jürgen Kussmaul, Sven Arne Tepl, Alexander
Pavlovsky, Orfeo Mandozzi, de leden van het Zemtsov altviool kwartet.

De pas 18-jarige Anuschka heeft al een indrukwekkende carrière achter de rug. Zij won in 2015 o.a. het Britten Altvioolconcours, was finaliste van het Koninklijk Concertgebouwconcours, won de eerste prijs en de “Prix Marie-Christine Cid-Diaz” bij het “Concours Européen pour Jeunes Solistes”. In 2016 won zij de Classic Young Masters Award en de Sinfonia Award. Begin 2017 behaalde zij de eerste prijs bij de regio finale van het Prinses Christina Concours in Rotterdam.
Anuschka is momenteel aanvoerster altviolen in het Young Talent Orchestra olv Michael Zemtsov. En sinds september 2016 maak ze deel uit van het internationale strijkersorkest LGT Young Soloists te Zürich met wie zij soleert in Europa, Amerika en Azië. Anuschka speelt regelmatig op (internationale) festivals zoals: Wonderfeel festival, Grachtenfestival, festival Vocal Art Rhein-Main in Frankfurt en Spivakov festival in Moskou. Zij soleerde met de Koninklijke Marinierskapel, Domestica Rotterdam en samen met de Russische violist Nikita Boriso-Glebsky met Sinfonia Rotterdam.
In oktober 2017 was zij samen met haar zus, Maria Pedano, te gast in het televisieprogramma Podium Witteman.
Anuschka bespeelt een Franse altviool gebouwd door Gand & Bernadel Freres (Parijs, 1877), haar ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumentenfonds.