Aufforderung zum Tanz

Aufforderung zum Tanz

‘Aufforderung zum Tanz’

Ciconia Consortflyer aufforderung website
Dick van Gasteren dirigent
Sandrine Chatron harp
Martin Bijkerk spreker/danser

Zondag 31 januari 2016 – 14:30u
Nieuwe Kerk | Spui 175, Den Haag
Prijs: 28 / 25,50 / 10 / 2,50 (inclusief ontvangst- en pauzedrank)
bestel kaarten online of via 070-8800333

Zaterdag 6 februari 2016 – 20:15logo-gemeente-den-haag
Geertekerk | Geertekerkhof 23, Utrecht
Prijs: 22,50 / 12,50 / 5
bestel kaarten online of koop uw kaarten aan de zaal

Programma:
Claude Debussy – Danse sacrée et danse profanelogo2
Rob Zuidam – G-string Mambo voor strijkorkest
Astor Piazzolla – Tango Ballet
Benjamin Britten – Variations on a theme of Frank Bridgewebmail.yourhosting.nl 2

Hoeveel muziek is niet gewijd aan de dans? Iedere danssoort vertegenwoordigt een eigen wereld, sfeer, gevoel, smaak en cultuur. Musicoloog en danser Martin Bijkerk zal u op virtuele en originele wijze ten dans uitnodigen en een brug slaan tussen de wereld van de beide muzen. Alle vier composities zijn op dans gezet door choreograaf Hans van Manen. Rob Zuidam schreef zijn eigen creatie op de uit Latijns Amerika overgebrachte opzwepende Mambo, een dans die in Venezuela tot een ongekende bloei is gebracht door dirigent Gustavo Dudamel en zijn orkesten van El Sistema. In Brittens ‘Variations on a theme of Frank Bridge’ komen bijna alle Europese dansritmes aan bod, van bourree tot Weense wals. Prachtige ingetogen danssferen hoort u bij Debussy met het impressionistische Danse sacrée et danse profane vertolkt door meesterharpiste Sandrine Chatron. Maar ook het prachtige ‘Tango Ballet’ van de grootmeester van de Argentijnse tango, Ástor Piazzolla, kan bij het Ciconia Consort op een warme Zuid-Amerikaanse uitvoering rekenen.

Sandrine Chatron
Harpiste Sandrine Chatron studeerde bij Gérard Devos en Marie-Claire Jamet aan het SMA_Sandrine_Chatron_HRConservatorium van Parijs en behaalde haar diploma (premier prix) in 1994. Zij vervolgde haar studie bij Frederique Cambreling en Germaine Lorenzini. In 1998 ontving zij een onderscheiding van de stichting Natexis-Banque Populaire. Zij behaalde eerste prijzen bij belangrijke muziekconcoursen in Parijs en Arles en won in 2002 samen met fluitiste Sabine Morel de Déclic serie (Radio France). Zij speelt regelmatig bij het Ensemble Intercontemporain o.l.v. Pierre Boulez. Ook remplaceerde zij bij Orchestre National de France, Orchestre de Paris, Berliner Philharmoniker en het Luzern Festival Orkest en op de muziekfestivals van o.a. Salzburg en Edinburgh.
Sinds 2005 treedt Sandrine over de hele wereld op als solo-harpiste en in kamermuziekgezelschappen: Frankrijk, Spanje, Italië, Hong Kong, China, Canada en Groot-Brittanië. Als soliste trad zij ondermeer op met La grande Ecurie-La Chambre du Roy, het Hong Kong Chinese Orchestra en het Nederlands Kamer Orkest. Sandrine bracht een CD’s uit met werken uit de tijd van Louis XVI op een authentieke Erard harp, met Franse harp-muziek ronderom Caplet en Debussy en met haar vaste ensemble ‘Calliopée’ met werken van Martinu, Durosoir, Maratka. Sandrine speelde wereldpremières van Luis Naon, Ricardo Nillni, Susumu Yoshida en Kristof Maratka. Sinds september 2009 is zij als solo-harpiste verbonden aan het Nederlands Philharmonisch Orkest en sinds 2012 als docent aan het Conservatorium van Amsterdam.

Rob Zuidam
Zuidam studeerde compositie aan het Rotterdams conservatorium bij Philippe Boesmans en Klaas de Vries. Vervolgens was hij Composition Fellow bij het Tanglewood Music Center in de Verenigde Staten, waar hij les had van Lukas Foss en Oliver Knussen.
Voor de compositie Fishbone ontving Zuidam de “Koussevitsky Composition Prize”. Ook kreeg hij een Leonard Bernstein Scholarship. Een aantal keer werden composities van Zuidam gespeeld op het Festival for Contemporary Music (Tanglewood), waarna hij in 1999 naar Tanglewood terug kwam als Artist in Residence, daarbij financieel ondersteund door de Velmans Foundation. In opdracht van Tanglewood componeerde hij een opera ‘Rage d’amours’ dat daar in 2003 in première ging. En ander opdrachtwerk, een pianoconcert voor de Amerikaanse meesterpianist Emanuel Ax, zal er in 2015 in wereldpremière gaan. Voor het RIAS Kammerchor in Berlijn schreef hij een ‘Berliner Chorbuch’. Zuidam schreef werken voor orkest, ensemble, piano en andere solo-instrumenten. Het grootste deel van zijn composities zijn vocale werken.
In het voorjaar van 2010 trad Rob Zuidam aan Harvard University in de Verenigde Staten op als Erasmus Visiting Professor met als leeropdracht de eigentijdse muziek in Nederland.

Claude Debussy (1862-1918) – Danse sacree et danse profane
De term “impressionisme” wordt vaak gebruikt om muziek van Debussy te omschrijven, hoewel dit door sommigen (ook de toondichter zelf) werd betwist. De term had de negatieve klank van vaagheid en gebrek aan structuur. In een brief uit 1908, schreef de componist: “Ik probeer ‘iets anders’ te doen – een soort realiteiten – wat door idioten ‘impressionisme’ wordt genoemd”. Ook merkte Debussy op: “Muziek is gemaakt van kleur en gepaste ritmes”.
Het schrijven van het werk Danse sacree et danse profane heeft direct te maken met de uitvinding van de chromatische harp, een harp zonder pedalen en met twee lagen snaren. Dit type harp werd maar een korte periode intensief bespeeld, zodat het werk tegenwoordig op de moderne pedaalharp uitgevoerd wordt.
De Danses sacree et profane schreef Debussy in dezelfde periode als zijn meest ambitieuze orkestwerk, La Mer. De Danse sacree heeft de sfeer van een Sarabande met transparante pastelkleuren, modale harmonieën, in een antiek idioom, gelijkend op andere ‘antiquisante werken’ van Debussy (de Dansers van Delphi, toneelmuziek voor de Chansons de Bilitis). De Danse profane is geschreven in een tertiaire maatsoort, die dit deel een stabiele basis geeft. Toch is de wisselwerking tussen harp en strijkers grilliger dan in de eerste dans, met name in tempowisselingen en dynamiek die dit deel een nauwe verwantschap met La Mer geven. De Danse profane is met zijn lome wervelingen een wals vol charme.

Ástor Piazzolla (1921 – 1992) studeerde bij Alberto Ginastera en Nadia Boulanger. Zij was het die hem overgehaald heeft om zich aan de tango te wijden. Na het horen van jazzmusici in Parijs, hun swing en rijkdom aan ideeen, besloot hij om de tango te los te maken van traditionele patronen, meer nuances
te geven en complexer te maken. Tango Ballet schreef Piazzolla in 1956 voor een korte film. In Tango Ballet worden klassieke muziek, tango en ballet samengevoegd tot een unieke originele compositie. Zijn muziek werd weliswaar enthousiast ontvangen, maar niet de film. Door de hoge moeilijkheidsgraad van het werk en de grote eisen die het aan muzikanten stelt werd het werk pas opnieuw uitgevoerd in 1989.

Benjamin Britten
Voor strijkorkesten geldt ‘Variaties op een thema van Frank Bridge’ als een van de grote repertoirestukken. Voor Britten betekende het werk, geschreven voor en uitgevoerd op de Salzburger Festspiele in 1937, een doorbraak als componist.
In deze variaties zet Britten een muzikaal portret neer van componist, vriend en leraar Frank Bridge. Het thema komt uit Drie idyllen voor strijkkwartet van Bridge en het gehele stuk ademt de sfeer van Bridge. In dit elfdelige werk passeren diverse west Europese karakters, zoals een Weense wals, een bourree, een perpetuo moto, een romance en fuga. Deze diverse karakters van de delen staan ook voor de karaktertrekken van Frank Bridge, zoals blijkt uit het originele manuscript. In de finale zijn ook citaten van andere werken van Bridge te horen evenals het begin van de Vijfde symfonie van Sjostakovitch.
In Britten’s variaties worden de hoogste eisen gesteld aan de uitvoerenden en kent de hoogste virtuositeit van orkestspel.