Als je houdt, dan hoop ik van mij

Als je houdt, dan hoop ik van mij

als je houdt websiteAls je houdt, dan hoop ik van mij

Ciconia Consort o.l.v. Dick van Gasteren
Peter Gijsbertsen, tenor

zaterdag 14 februari 2015,
Nieuwe Kerk in Den Haag
aanvang 20:15u
28,00/25,50/10,00/2,50

Bestel kaartjes online
of via het bespreekbureau 070 88 00 333

Programma

W.A. MozartUn aura amorosa en Della sua pace
Gaetano DonizettiQuanto è bello en Com´è gentil
Paolo Tosti Non t’amo più en Goodbye / Addio
Antonín Dvořák – Serenade voor strijkers in E major Op.22
Pietro Mascagni –  Intermezzo uit ‘Cavalleria Rusticana’

_______________________________________________________________________

Al sinds mensenheugenis zijn liefde en muziek onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Ciconia Consort brengt op Valentijnsdag een programma waarbij in de aria’s en liederen alle aspecten van de liefde aan bod zullen komen, gebracht op half scenische anekdotische wijze. Daardoorheen verweven hoort u de prachtige romantische serenade van Antonín Dvořák. De aria’s en liederen worden vertolkt door stertenor Peter Gijsbertsen, o.a. drievoudig winnaar van het Internationaal Vocalisten Concours Den Bosch (2012), die momenteel in binnen- en buitenland grote carrière maakt. Een concert dat u op deze Valentijnsavond niet mag missen!

Tenor Peter Gijsbertsen studeerde cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Peter GijsbertsenHij zette zijn studie voort bij vocal coach Gilbert den Broeder. Daarnaast volgde hij lessen bij Cristina Deutekom en Roberta Alexander.
Peter ontving in Glyndebourne de John Christie Award. Recentelijk was hij drievoudig winnaar op het Internationaal Vocalisten Concours Den Bosch, o.a. van de hoofdprijs voor Lied waarna hij met solo recitals optrad in het Concertgebouw te Amsterdam en De Doelen te Rotterdam.

Onder zijn opera repertoire behoren o.a. principal tenor in The Fairy Queen, Lucano en Liberto in L’incoronazione di Poppea, der Junge Seemann in Tristan und Isolde en The Novice in Billy Budd (Glyndebourne Festival Opera), Tamino in Die Zauberflöte (Opera Oviedo), Joe in La fanciulla del West, Le petit Vieillard in L’enfant et les sortilèges, Licone in Orlando Paladino, 2e tenor in Chant sur la mort de Haydn en Strozzi/Cavaliere in Caterina Cornaro van Donizetti (Zaterdag Matinees), Alméric in Iolanta (London Philharmonic Orchestra), Gernando in L’isola disabitata (Nationale Reisopera) en Eurimaco/Giove in Il ritorno d’Ulisse in patria (Opera Keulen). Onder het concert- en oratoriumrepertoire behoren onder meer de tenorsolo’s in de Mattheus Passion (Koninklijk Concertgebouw Orkest), Kammermusik 1958 van H.W. Henze (NDR Sinfonieorchester Hamburg), Pulcinella van Stravinsky (Rotterdams Philharmonisch Orkest) en de Vigilia van Rautavaara (Groot Omroepkoor).

Sir Francesco Paolo Tosti (1846- 1916) studeerde aan het Conservatorio di San Pietro a Majella in Napels, viool, zang en kreeg compositielessen van Mercadante. Hij dirigeerde aan kleine operatheaters in Ortona à Mare en Ancona en was zangleraar van prinses Margaretha van Savoye, de latere Italiaanse Koningin. Vanaf 1880 woonde Tosti in Groot-Brittannië, waar hij professor werd aan de Royal Academy of Music in London. Als zangleraar van de koninklijke familie werd hij door Koningin Victoria naar Buckingham Palace gehaald en in 1908 werd hij in de adelstand verheven. Hij was bijzonder populair als liederen componist en schreef rond 500 liederen met pianobegeleiding, waarvan er twee zullen worden uitgevoerd.
Antonín Leopold Dvořák (1841-1904) wordt met Smetena en Janácek gerekend tot de grootste componisten van Tsjechië. Dvořák kreeg viool-, piano- en orgelles, maar als componist was hij autodidact. Terwijl hij geld verdiende als altviolist in het orkest van Komzák, in cafés, marktplaatsen en kiosken, bekwaamde hij zich in het componeren. Zijn grote doorbraak als componist kwam met Die Erben des Weißen Berges voor koor en orkest, waarbij hij een Tsjechisch-nationaal verhaal als uitgangspunt nam.
In 1874 ontving hij van de “Oostenrijkse commissie voor de kunst” een stipendium. Johannes Brahms was in dat jaar zijn voorspraak voor de eenvoudige ‘Moravische Duetten’. De invloed van Brahms is te herkennen in de Slavische dansen, de 6e symfonie en het strijkkwartet in C-groot. Van 1892 tot 1895 onderbrak Dvořák zijn docentschap aan het Praags conservatorium en werd directeur van het ‘National Conservatory’ in New York. In deze periode schreef hij zijn belangrijke ‘Amerikaanse’ werken, zoals de symfonie ‘Nieuwe Wereld’ en het strijkkwartet in F.
Gaetano Domenico Maria Donizetti (1797-1848), opgeleid door opera-componist en kapelmeester Simon Mayr, was een van de belangrijkste componisten van de belcanto in de eerste helft van de negentiende eeuw. Donizetti’s heeft zoveel opera’s kunnen componeren door het enorme gemak waarmee hij melodieën en composities op papier zette. Anna Bolena (Milaan, 1830) werd zijn doorbraak als operacomponist en kan gelden als de eerste belangrijke romantische Italiaanse opera met veel romantische passie en pijn. L’elisir d’amore (Milaan, 1832) is zijn tweede succesvolle meesterwerk: de eerste belangrijke komische opera. Donizetti zou de opera in 14 dagen hebben moeten componeren. Hij deed over de compositie voor zijn doen ongewoon lang: 3 maanden. Waarschijnlijk heeft hij grote gedeelten van het script zelf moeten schrijven. De opera buffa bleek een doorslaand succes. Met de “Nozze” en de “Barbiere” is het de meest populaire komische opera geworden.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) schreef 22 opera’s waarvan 10 reeds als tiener. Zijn eerste opera Bastien en Bastienne schreef hij toen hij 11 jaar oud was. Mozart’s opera’s, pianoconcerten en late symphoniën worden tot zijn belangrijkste en grootste composities beschouwd. De in dit concert uit te voeren aria’s komen uit de opera’s Don Giovanni en Così fan tutte en vormen samen met Le Nozze di Figaro de drie zogenaamde ‘Da Ponte opera’s’, vanwege Mozart’s samenwerking met librettist Lorenzo da Ponte. Deze drie beroemde opera’s worden beschouwd als het hoogtepunt van de Italiaanse opera buffa.