Sacre du Printemps

SACRE DU PRINTEMPS

Ciconia Consort o.l.v. Dick van Gasteren

Donderdag 30 maart 2017, 20:15u
De Lievekamp, Oss
Prijs: 20,-/10,-
Bestel kaarten online of via 0412 64 89 22

Zaterdag 22 april 2017, 20:15u
Nieuwe Kerk Den Haag
concert met educatieve kinderopvang (4-10 jaar)
Prijs: 28,-/25,50 Uitpas/10,00 jongeren < 27 jaar en ooievaarspas/ 2,50 kinderen t/m 12 jaar
Bestel kaarten online of via 070 88 00 333

Zondag 23 april 2017, 14:30u
Willem Twee concertzaal (voorheen De Toonzaal), Den Bosch
Prijs: 23,-/gratis t/m 18 jaar
Bestel kaarten online of aan de kassa.

Programma:
Otto Ketting – Souvenirs du printemps
Igor Stravinsky – Apollon musagète
Aaron Copland: Appalachian Spring

‘Sacre du printemps’, het grote werk van Igor Stravinsky, is inmiddels een ingeburgerd begrip, maar was ooit onderwerp van grote controverse. Met een ode aan dit grootse werk laten we u horen dat de lente niet alleen Stravinsky heeft geïnspireerd tot het schrijven van een topwerk. De in 2012 overleden Nederlandse componist Otto Ketting schreef zijn ‘Souvenirs du printemps’ in 2001 en deze compositie kan gelden als een van zijn meesterwerken. Aaron Copland werd in 1945 bekroond voor zijn zeer toegankelijke ‘Appalachian spring’ met de Pulitzer Prize for Music. Het werk geeft de essentie weer van een ideaal Amerika, open velden en eindeloze mogelijkheden.
De twee orkestsuites van originele balletmuziek ‘Appalachian spring’ van Copland en ‘Apollon musagète’ van Stravinsky hebben meer met elkaar gemeen dan u zou denken. Zo gingen beide balletten in première in de Library of Congress in Washington. Dirigent Dick van Gasteren zal met behulp van authentieke nostalgische foto’s en filmfragmentjes de sfeer van de Amerikaanse oostkust uit de eerste helft van de twintigste eeuw jaren nader illustreren.

Otto Ketting (1935-2012) ‘Souvenirs du printemps’
Het ‘Souvenirs du Printemps’ van de in december 2012 overleden Nederlandse en Haagse componist Otto Ketting lijkt welhaast de ideale opmaat tot de werken van Stravinsky en Copland. Ketting kan worden gezien als de ultieme synthese tussen de Weens decadente laatromantiek (meestal geassocieerd met Berg) en het moderne Amerikaanse heldendom van Stravinsky waarbij een portie Hollandse nuchterheid wordt gecombineerd met een flinke dosis poezie alsook met invloeden van de jazz, zoals Copland die in zijn muziek heeft verwerkt. Het werk ‘Souvenirs du printemps’ schreef Ketting in 2001 met financiele steun van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, in opdracht van Muziekcentrum Frits Philips voor het Festival der Nederlandse Strijkkwartetten. Het werk is opgedragen aan Henk Guittart van het Schönberg en Mondriaan Kwartet en kan gelden als een van zijn meesterwerken.
Otto Ketting werd geboren als zoon van componist Piet Ketting. Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en later in München bij Karl Amadeus Hartmann. Van 1967 tot 1974 gaf Ketting les als hoofdleraar instrumentatie en compositie, eerst aan het Rotterdams Conservatorium, later aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna legde hij zich meer toe op dirigeren en publiceren.
Hij schreef onder andere muziek bij enkele films van Bert Haanstra zoals Alleman en Dokter Pulder zaait papavers, en voor de film De Anna van Erik van Zuylen. Ketting heeft meer dan eens aangegeven dat hij zeer geïnspireerd werd door Stravinsky en in al zijn muziek waart dan ook de geest van Stravinsky.
Ik heb een ongelooflijk wantrouwen tegen inspiratie – wat daaruit voortkomt gooi ik ook altijd weg.” Maar tegelijkertijd streefde hij naar een ‘bepaalde emotie’: “Dat mag van alles zijn, het kan angst zijn of vervoering… Dat komt vanzelf, ook als ik heel streng zit te rekenen. Bij het ordenen van een reeks akkoorden zal ik er toch altijd één akkoord tussen stoppen om de enige reden dat ik het zo’n mooi akkoord vind. In de grond ben ik toch wel een romanticus.”

Igor Stravinsky (1882-1971) – Apollon musagète
Stravinsky’s Apollon musagète is een ballet in twee scenes voor strijkorkest. Het werk werd evenals Appalachian Spring van Copland, voor het eerst uitgevoerd in de Library of Congress te Washington op 27 april 1928. Apollon musagete en Appalachian spring werden beiden geschreven in opdracht van (en gefinancierd door) de Elizabeth Sprague Coolidge Foundation. De Europese premiere van Apollon volgde bijna twee maanden later onder leiding van de componist zelf in Parijs.
Stravinsky koos als hoofdthema Apollo. We aanschouwen de geboorte van de god Apollo en zijn ontwikkeling tot kunstenaar, hierbij geholpen door drie muzen: Kalliope (muze van het heroische epos), Polyhymnia (muze van de mimische kunst) en Terpsichore (muze van de dans en de lyrische poezie). Het moest een werk worden zonder grote contrasten, behalve contrasten in dynamiek, en zonder grote emoties, een ‘wit ballet’ zoals Stravinsky het noemde. Juist die afwezigheid van heftige emoties geeft Apollo zijn kenmerkend serene karakter. Het echte onderwerp van Apollon was volgens Stravinsky (Dialogues) de verskunst, met de basis ritmische patronen van de jambe (gepunteerd: lang-kort, langkort) en de trochee (omgekeerd gepunteerd of lombardisch: kort-lang kort lang). Apollon is volgens Stravinsky zelf een eerbetoon aan de Franse 17e eeuw, en, met zijn muzikale alexandrijnen, in het bijzonder aan Jean Racine.

Aaron Copland (1900-1990) – Appalachian spring, ballet for Martha
Het zeer toegankelijke en populaire “Appalachian Spring”, oorspronkelijk een balletwerk, kwam tot stand in opdracht van choreografe en danseres Martha Graham. Bij de premiere in 1944, in de Library of Congress in Washington, danste Martha Graham (1894-1991) zelf de hoofdrol. Copland werd in 1945 bekroond met de Pulitzer Prize for Music voor dit werk.
Zowel het ballet als de muziek werden goed ontvangen bij het publiek en het werk droeg in belangrijke mate bij aan de bekendheid van Copland. In 1945 herschreef Copland het balletwerk tot een orkestrale suite. Oorspronkelijk luidde Copland’s titel voor het werk eenvoudigweg Ballet voor Martha. Kort voor de première stelde Graham de titel ‘Appalachian Spring’ voor, een zin uit het gedicht, ‘The Dance’ uit het boek ‘The Bridge’ van Hart Crane.
O Appalachian Spring! I gained the ledge;
Steep, inaccessible smile that eastward bends
And northward reaches in that violet wedge of Adirondacks!

Omdat Copland de muziek componeerde zonder te weten wat de titel zou gaan worden, was hij geamuseerd als mensen hem complimenteerden dat hij zo prachtig de schoonheid van de lente in de Appalachen in zijn muziek uitbeeldde. In het gedicht, dat gaat over een viering van de Amerikaanse pioniers in de 19e eeuw na de bouw van een nieuwe Pennsylvanische boerderij, betekent het woord ‘spring’ waterbron in plaats van lente. Hoewel de Appalachian Spring dus geen uitbeelding van de lente is, geeft het werk onmiskenbaar het Amerikaanse landschap en de Amerikaanse idealen weer; open velden en eindeloze mogelijkheden.