Sachertorte & Apfelstrudel

SACHERTORTE & APFELSTRUDEL

Concert in de setting van een Wiener Konditorei
Ciconia Consort o.l.v. Dick van Gasteren
Emmy Storms, viool

zondag 12 oktober 2014Wiener Konditorei
Concert inclusief educatieve kinderopvang
Nieuwe Kerk in Den Haag
aanvang 14:30
Samenwerking met de Wiener Konditorei Den Haag.

PROGRAMMA

Wolfgang A. MozartDivertimento in D
Franz SchubertRondo voor viool en strijkorkest
Gustav MahlerAdagiëtto uit vijfde symfonie
Richard StraussIntermezzo uit de opera Capriccio
Franz LehárVillias uit ‘Die Lustige Witwe’

_________________________________________________________________________

Met ‘Sachertorte & Apfelstrudel,’ brengt het Ciconia Consort huiselijkheid naar de concertzaal en wordt de Nieuwe Kerk omgetoverd tot een heuse Konditorei, met het publiek rond kleine tafeltjes met Wiener Kaffee. Het Ciconia Consort brengt composities van vijf typisch Weense componisten, die tot de grootsten uit de geschiedenis behoren; een toegankelijk en afwisselend concertprogramma.
“Wenen is nostalgie. Eenmaal per jaar op 1 januari zwelgen we voor de tv, in de decadente schittering van de Musikvereinssaal, waar in verguldsel en kroonluchters, kleding, muziek en dans van het Weens Congres nog naglansen. Dat de stad tot tweemaal toe bastion van verzet was van het christelijke westen tegen oprukkende Turken is te lang geleden om ons nog te herinneren. Het Congres had de kans om het symbool te worden van de redding van Europa uit de vuisten van Napoleon. In plaats daarvan werd het, onder leiding van de ijdele en arrogante Von Metternich, een ‘wuft event’, waar de reactionaire zelfgenoegzaamheid vanaf straalde. Vorstelijke glorie was gedoemd te vergaan, in dans zonder beweging. Mozart en Beethoven werden opgevolgd door amusement van de wals. Opera kreeg concurrentie van operette. Er kwam intussen geen eind aan de conservatieve heerschappij van de keizer. Deze voelde niet dat hij een te grote broek aan had en negeerde het verlangen van arbeiders en buurnaties om zichzelf te kunnen zijn. De Weners vermaakten zich in koffiehuizen en het Prater met z’n half zuidelijke klimaat.” (Piet Houtman)

Emmy Storms studeerde viool aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Jaring Walta en sloot zowel Bachelor als Masteropleiding af met een tien en onderscheiding. Zij volgt nog lessen bij Philippe Graffin in Brussel. Emmy won prijzen bij meerdere concoursen, o.a. Prinses Christina Concours, Iordens Viooldagen en ‘Davina van Wely Concours’. In 2009 en 2011 eindigde ze als laureaat tijdens het Nationaal Vioolconcours Oskar Back bij welk laatste concours haar in 2011 ook de NTR-prijs voor het verplichte werk werd toebedeeld. Ook ontving zij de Anton Kersjesprijs en speelde zij als ‘Artist in Residence’ tijdens de Muziekzomer van het Nationaal Jeugdorkest, waar zij eerder ook concertmeester was, het vioolconcert van Korngold. Emmy speelt in verschillende ensembles, waaronder Trio Suleika en het Magma Duo met pianiste Cynthia Liem. Naast haar carrière als klassiek violiste hebben verschillende soorten volksmuziek, zoals Ierse fiddle, joodse klezmer, tango en zigeunermuziek haar bijzondere belangstelling. Ze speelt Zuid-Amerikaanse en Ierse volksmuziek met gitarist Pedro Diaz en heeft een volksmuziekgroep ‘Looking for Matthew’. Emmy is sinds de oprichting concertmeester van het Ciconia Consort.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) woont de laatste 10 jaren van zijn leven in Wenen en beleeft in deze stad vele successen. Samen met Haydn en Beethoven wordt de muziek van Mozart gerekend tot de Eerste Weense School. Als muziekvorm heeft een divertimento in de tijd van Mozart twee doelen: 1) Als ontspanning voor zowel muzikanten als luisteraars. Dit vereist een luchtige aanpak van de componist zonder hierbij muziek van laag niveau te schrijven. 2) Als achtergrondmuziek op banketten, recepties, …

Franz Peter Schubert (1797-1828) heeft zijn hele leven, op een korte periode na waar hij als pianoleraar bij de familie van graaf Esterhazy op hun landgoed in Hongarije verbleef, in Wenen gewoond. Toen hij acht jaar was begon zijn vader hem vioollessen te geven en zond hij de kleine Franz voor zanglessen naar Michael Holzer. Franz zong zo mooi, dat hij werd aangenomen als ‘Sängerknabe’ bij de Weense hofkapel. Hier kreeg hij onder meer les in harmonie van hofkapelmeester Salieri.
Nadat hij op 17 jarige leeftijd zijn eerste meesterlijke lied ‘Gretchen am Spinnrade’ had geschreven, werd het jaar 1815, het vruchtbaarste jaar van zijn leven. Vier opera’s, twee symfonieën, 144 liederen – waaronder ‘Erlkönig’ en ‘Heidenröslein’ -, twee missen, een strijkkwartet en twee pianosonates waren het resultaat.
Schubert was niet succesvol met zijn sollicitaties voor het verkrijgen van betaalde aanstellingen als organist of kapelmeester. Daarom bleef hij ondanks een aantal zeer succesvolle composities en het oordeel van Beethoven over Schuberts werk, waarlijk, in Schubert woont een goddelijke vonk, een armoedig bestaan houden en hij overleed op 31-jarige leeftijd aan tyfus.

Gustav Mahler (1860- 1911), geboren in de Bohemen, woonde een belangrijk deel van zijn leven in Wenen waar hij als dirigent onder andere actief was aan de hofopera te Wenen en waar hij dirigent was van de Wiener Philharmoniker. Met zijn vrouw Alma stond Mahler midden in de Weense kunstenaarskringen. Toen Mahlers reputatie als dirigent eenmaal gevestigd was, trok hij zich in de zomermaanden geheel terug in zijn afgelegen ‘componeerhuisjes’, waar hij zijn symfonieën in alle rust kon schrijven.
In deze symfonieën is het Adagietto uit de vijfde Symfonie het enige deel met de bezetting voor strijkorkest (+ harp). De Nederlandse première van de Vijfde symfonie heeft geklonken in Scheveningen door de Berliner Philharmoniker.
Mahler schreef bij het Adagietto het beroemde gedichtje ‘Wie ich Dich liebe, Du mein Sonne, ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen. Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe, meine Wonne’. Willem Mengelberg, chef-dirigent van het Concertgebouw Orkest die Gustav Mahler aan het begin van de twintigste eeuw persoonlijk naar Nederland haalde schreef in de kantlijn van zijn partituur: ‘Dit Adagietto is Mahlers liefdesverklaring aan Alma.

Richard Strauss (1864 — 1949) was een Duitse componist en dirigent. Als enige niet-Wener in de rij componisten van dit programma – alleen in de jaren van 1919 tot 1924 was hij samen met Franz Schalk co-directeur aan de Wiener Staatsoper – is zijn laat-romantische compositiestijl onlosmakelijk met de klank van Wenen verbonden. Door de wijze van instrumentatie en de polyfonie wordt zijn werk beschouwd als een hoogtepunt in de muziek van de late romantiek.
Het prachtige Intermezzo uit zijn opera Capriccio wordt zelden in de concertzaal als losstaande compositie uitgevoerd.

Franz Lehár (1870 – 1948) heeft zich vrijwel uitsluitend aan de operette gewijd. Hij is de meest gevierde 20ste-eeuwse componist van het genre dat ‘de Weense operette’ wordt genoemd; specifiek gaat het om de ‘zilveren operette-tijd’ (1900-1920). Van zijn ongeveer dertig operettes in de Weense traditie zijn Die Lustige Witwe, Der Graf von Luxemburg en Das Land des Lächelns het bekendst.
Al aan het conservatorium in Praag, waar hij viool, piano en compositie studeerde, componeerde hij marsen en walsen in de stijl van de familie Strauss. Privé was Lehár nauw bevriend met Puccini en hij liet zich sterk door diens opera’s inspireren.
Hij werd aangesteld als directeur van het Theater an der Wien. Lehár werd rijk van zijn componeerkunst, met ook zeer grote successen in London en New York en Hollywoodverfilmingen. Hij kocht kasteel Schikaneder in Wenen en een villa in Bad Ischl (nu Lehár-museum) waar hij ’s zomers graag componeerde.
Zijn overbekende lied Villias mag in de sfeervolle entourage van het Wiener Konditorei concert niet ontbreken.