Allemaal naar de psycholoog

Concert ‘Allemaal naar de Psycholoog’

Zondag 26 mei 2013, 14.30 u
Nieuwe Kerk aan het Spui, Den Haag

Programma:
Franz Schreker – Intermezzo en Scherzo
Guillaume Lekeu – Adagio voor strijkers
Arnold Schönberg – Verklärte Nacht

Gastspreker: Etty Mulder
Etty Mulder was van 1982 tot 2007 hoogleraar Musicologie, Vergelijkende Kunsten, Holocaust in de Kunsten aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast was ze ondermeer bestuurslid van de Stichting Praemium Erasmianum (1984 tot 1992), voorzitter en coördinator van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 (sinds 1987). Zij is voorzitter van de Stichting Pierre Boulez (sinds 2000) die  onder meer vertalingen uitbrengt van het muziektheoretische werk van deze componist. Een speciale belangstelling en onderwerp van studies van Etty Mulder zijn onder andere ‘kunst en psychoanalyse’ en ‘muziek en psychoanalyse’.
Zij ontving 31 januari jongstleden de hoge Franse onderscheiding Chevalier dans L’Ordre des Arts et des Lettres uit handen van de Franse Ambassadeur Pierre Ménat, in zijn residentie in Den Haag.

Etty Mulder is de biograaf van Hildegard von Bingen en Helene Nolthenius.

Programmatoelichting

In 1899 verscheen het boek ‘Die Traumdeutung’, geschreven door de Weense joodse neuroloog en grondlegger van de psychoanalyse, Sigismund Schlomo Freud (1856-1939). Vaak wordt het verschijnen van de Traumdeutung beschouwd als de grondlegging van de psychoanalyse. In dromen zouden verborgen boodschappen van het onderbewustzijn zitten: dromen als verkapte vervullingen van onbewuste wensen. Door dromen te analyseren zou men dingen over het onbewuste te weten komen.
Het boek zou een enorme impact hebben op het denken rond het ‘fin de siècle’. Het is de tijd van het symbolisme, decadentisme, estheticisme en Jugendstil maar ook de tijd van de eerste expressionisten. Freud trok met zijn ideeën jonge artsen aan die geïnteresseerd waren in zijn opvattingen. Dit leidde tot het ontstaan van de psycho-analytische beweging waar ook de beroemde psychiaters Jung en Adler deel van uitmaken.
Doordat veel (vrouwelijke) leden van de bourgeoisie zich aangetrokken voelen tot de psychoanalyse en zich laten behandelen, groeit de psychoanalyse en krijgt deze internationale allure, het wordt een ‘populaire cultuur’. Allemaal naar de psycholoog! Bekend is dat ook componist Mahler op consult ging bij Freud en beiden samen uren hebben gewandeld door de Breestraat, de Hortus en het Rapenburg in Leiden (vastgelegd op fotografische plaat).
De psycho-analytische beweging had veel invloed op de kunsten. André Breton, grondlegger van het surrealisme was geboeid door de psychoanalyse van Freud. In schilderijen en films van het surrealisme werd het onderbewuste, een ‘droomachtige setting’ geschilderd. De invloed van de psycho-analytische beweging op de muziek is minder bekend en minder belicht geweest, maar is onmiskenbaar in de beginjaren van de 20ste eeuw aanwezig, zelfs tot en met werken van de tweede Weense school. Dit is het kader waar vanuit het Ciconia Consort zijn derde concertprogramma heeft ingericht.

Intermezzo en Scherzo voor strijkers van Franz Schreker (1878-1934)
De joods Oostenrijkse componist Franz Schreker was in de beginjaren van de 20ste eeuw een gevierd componist. Operahuizen vochten om premières van zijn nieuwe werken en zijn opera’s kenden per seizoen meer opvoeringen dan opera’s van Wagner en Strauss. In het interbellum, gekenmerkt door politieke, economische en culturele instabiliteit, kwam een keerpunt in zijn carrière. Kritiek van nationaalsocialisten bleek algemeen te worden overgenomen door toen toonaangevende musicologen. In 1932 werd hij verplicht ontslag te nemen aan de Hochschule Berlin, waar hij directeur was. Een jaar later werd hij ontslagen aan de Pruisische Akademie. Onteerd, vernederd en moreel gebroken kreeg hij in december 1933 een hartaanval, waar hij een paar maanden later aan overleed.
Schreker: “Muziek is zijn mysterieuze zeggingskracht die het onzegbare, onuitgesprokene tot uitdrukking brengt, in staat een tekst die op zichzelf al veel uitdrukt en van zichzelf al muzikaal is, nog een extra dimensie te geven.”
Met zijn opera’s bewandelt Schreker de nieuwe weg van het psychologische muziektheater, waarbij hij zich door literaire stromingen van zijn tijd (het naturalisme, impressionisme, symbolisme, alsmede de psychoanalyse) liet beïnvloeden. Als componist beweegt hij zich tussen de grenzen van de romantiek van het ‘fin-de-siècle’ in zijn geboorteplaats Wenen en de Nieuwe Zakelijkheid van het Weimar Berlijn, zijn latere woonplaats.

Adagio van Guillaume Lekeu (1870-1894)
De relatief onbekende componist Lekeu (want zeer jong overleden) studeerde naast muziek ook filosofie. Net als Schönberg was hij een groot liefhebber van Wagner en nam hij uit Bayreuth de techniek van ‘de unendliche melodie’ mee. Veel uit Lekeu’s oeuvre wordt gekenmerkt door zwaarmoedigheid en pathetiek, gemotiveerd door het feit dat ‘vrolijkheid duizendmaal moeilijker is te schilderen dan het lijden’. In 1887 besloot hij nooit van zijn leven ‘muziekjes’ te schrijven, met de woorden: “het zal bizar zijn, ontwricht, walgelijk en al wat men wil, maar het zal tenminste origineel zijn”.
Lekeu volgde privélessen contrapunt en fuga bij César Franck, waarmee hij snel bevriend raakte, en later lessen orkestratie bij Vincent d’Indy. Bij de Prix de Rome won hij de tweede prijs met zijn cantate Andromède en 1892 was het jaar van Lekeus grote doorbraak, talloze van zijn werken werden in die periode uitgevoerd. Dit was helaas van korte duur. In de zomer van 1894 stierf aan paratyfus, na het nuttigen van een besmette sorbet.

Verklärte Nacht van Arnold Schönberg (1874-1951) geldt bij de traditionele concertganger waarschijnlijk als meest populaire werk van een der minst populaire componisten.
De gedichtenverzameling ‘Weib und Welt’ van Richard Dehmel waaruit de jonge Schönberg al eerder het lied ’Mädchenfrühling’ (1897) componeerde heeft Schönberg sterk beïnvloed en geïnspireerd tot het schrijven van ‘Verklärte Nacht’. Een gedicht uit genoemd werk is als basis genomen voor de muziek: een gesprek tussen twee verliefde mensen waarbij de vrouw in verwachting is van een kind van een andere man. Hiermee verbond Schönberg programmamuziek met kamermuziek. Dehmel’s gedicht ‘Verklärte Nacht’ heeft vijf in elkaar overlopende delen. Schönberg volgt daarin de vorm van het gedicht. Het tweede deel is de bekentenis van de vrouw over haar zwangerschap en het vierde de begripvolle reactie van de man. Het conflict in de tekst (schuld en vergeving) wordt niet opgelost, maar zoals de titel suggereert ‘verlost’. Het gedicht doet dit door de twee mensen naar ‘een hoger niveau van elkaar begrijpen op te tillen. Een agressieve of afstotende reactie van de man zou meer voor de hand liggen maar de twee tillen elkaar naar wederzijds begrip en compassie en ‘bevruchten’ elkaar met humane warmte. De man zegt: ’…eine eigne Wärme flimmert von Dir in mich, von mir in Dich. Die wird das fremde Kind verklären.’ De ‘verklärung’ in het gedicht wordt ook in de muziek gevolgd. De eerste regel luidt: ’Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain’; – een depressief, pessimistisch begin. En de ‘Verklärung’ wordt in de laatste zin bereikt met: ’Zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.’. – een positief, optimistisch einde.

Schönberg kreeg theorielessen van Zemlinsky, maar is als componist toch voornamelijk autodidact geweest. In Wenen werd hij in 1903 docent compositie en beginjaren ’20 ontwikkelde Schönberg de (atonale) twaalftoonsmuziek, muziek waarbij de twaalf tonen van het westerse toonsysteem zonder onderling hiërarchische verhoudingen tot elkaar staan, kenmerkend voor de tweede Weense School. Zijn bekendste leerlingen en volgelingen waren Anton Webern en Alban Berg. Zij zouden zich ontwikkelen tot grote componisten en de muziekontwikkeling van hun leraar nauw volgen, daar hun eigen zeer persoonlijke interpretatie aan geven, maar Schönberg hun leven lang toegewijd blijven.