Autoroute du soleil

‘Autoroute du soleil’ wijnconcert

Ciconia ConsortGemeente-Den-Haag-logo2 (640x612)
Dick van Gasteren
dirigent
Bert Mooiman orgel

Zaterdag 4 juni 2016 – 20:15u
Nieuwe Kerk | Spui 175, Den Haag
Prijs 28/25,50/10/2,50
bestel kaarten online of via 070 88 00 333Print

Zondag 5 juni 2016 – 15:00u
Grote Kerk | Oude Markt 32 | Enschede
Prijs 26/12,50NORMAFonds_logo_kleur_HR
bestel kaarten online of via 053 – 485 85 00

Zaterdag 11 juni 2016 – 20:00u
Ruïnekerk | Raadhuisstraat 1, Bergenflyer autoroute website
soliste: Sandrine Chatron harp (Danse sacree et danse profane van Debussy i.p.v. orgelconcert Poulenc)
Prijs 22/10
bestel kaarten online
Ook kaartverkoop via boekhandel Thomas, Wijnhandel en slijterij Scholten en kaartverkoop aan de zaal.

Programma:
A. Honegger – Hymne pour Dixtuor a corde
C. Saint-Saëns – Sarabande opus 93
F. Poulenc – Concert voor orgel, pauken en strijkorkest in g klein
Ch. Koechlin – Sur les flots lointains Nederlandse première
A. Honegger – Symfonie à cordes nr 2

Op zaterdag 11 juni zal in plaats van het orgelconcert van Poulenc het harpconcert ‘Danse sacree et danse profane’ van Debussy gespeeld worden. Klikt u hier voor meer informatie over dit concert.

Met de zomervakantie in zicht en het Europees Kampioenschap voetbal en de Tour de France die in Frankrijk op het punt staan te beginnen, zijn alle ogen gericht op deze voor Nederlanders nog steeds meest populaire vakantiebestemming. Met een knipoog naar de gezellige files richting de zon wil het Ciconia Consort u in het programma ‘Autoroute du soleil’ laten genieten van de prachtige Franse muziekcultuur en zal het orkest een concert presenteren in Franse sferen met een kleinschalige wijnproeverij. Hierbij kunt u getuige zijn van de mooie klanken van de orgels van de Nieuwe Kerk Den Haag en de Grote Kerk Enschede, waarachter organist Bert Mooiman zal plaatsnemen in een uitvoering van het beroemde orgelconcert van Francis Poulenc. Laat u verrassen met de iets minder bekende maar inspirerende en soms mysterieuze strijkerswerken van Honegger en Koechlin. Dirigent Dick van Gasteren zal u als gastheer uitleg geven over de te spelen werken.

In Den Haag worden de wijnen bij het concert aangeboden door Prins Wijn.
Bij het concert in Enschede worden de wijnen aangeboden door Wijnkoperij Henri Bloem en in Bergen door Wijnhandel Slijterij Scholten.
prinswijn_pms342                   Henri BloemScholten

Bert Mooiman
De pianist, organist, kerkmusicus en muziektheoreticus Bert Mooiman studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij studeerde voor zowel piano (bij Theo Bruins) als orgel (bij Wim van Beek, improvisatie bij Bert Matter) cum laude af en ontving de Fock-medaille voor zijn bijzondere artistieke prestaties. Hij won prijzen op internationale concoursen in Groningen en Ljubljana. De hoofdvakstudie ‘Theorie der Muziek’ sloot hij af met het artikel ‘Olivier Messiaen en de Franse harmonie’ dat werd gehonoreerd met de ‘Martin J. Lürsenprijs’.
Als organist is Bert Mooiman regelmatig te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Van 1993 tot 2000 werkte hij als pianosolist voor Het Nationale Ballet en sinds 2000 is hij als docent muziektheorie en piano verbonden aan het Koninklijk Conservatorium. Hij schrijft artikelen over muziektheoretische onderwerpen en geeft colleges aan de Universiteit Leiden. Hij is vaste organist van de Nieuwe Badkapel te Scheveningen en was daarnaast tot 2011 titulair organist van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk te Breda. Als pianist treedt Bert Mooiman zowel solistisch als in kamermuziekverband op. Daarnaast is hij eindredacteur van het tijdschrift ‘Piano Bulletin van de European Piano Teachers Association’.

Francis Jean Marcel Poulenc (1899 -1963) was als componist vrijwel autodidact. Hij kreeg pianoles van zijn moeder (amateurpianiste) en later van Ricardo Viñes. Zijn eerste composities maakte hij rond zijn 18e jaar wereldkundig zonder dat hij compositielessen had genoten, waaronder de nog steeds veel gespeelde solopianostukken Trois mouvements perpétuels (1919) en de liederencyclus Le Bestiaire (1918) op tekst van Apollinaire. Rond die tijd sloot hij zich aan bij de Groupe des Six, zes jonge Franse componisten die zich verzetten tegen het impressionisme en de ‘zware’ romantiek en invloed van Richard Wagner. Als mentors van deze groep, die bestond uit Auric, Durey, Honegger, Milhaud, Poulenc en Tailleferre, gelden Jean Cocteau en Eric Satie. Hoewel de groep spoedig uiteenviel is ‘Groupe des Six’ nog altijd het etiket dat op de muziek van Poulenc geplakt wordt: lichtvoetig, melodieus, gemakkelijk en humoristisch. Van 1921-1925 kreeg hij gedurende enkele jaren compositielessen van Charles Koechlin.
De opdracht tot een orgelconcert kwam in 1934 van Poulencs mecenas Winnaretta Singer. Poulenc schreef zelf over het orgelconcert in een brief aan Françaix “…dat dit concert niet de aimabele Poulenc van het concert voor twee piano’s laat zien, maar eerder een Poulenc die op weg is naar het klooster”. De dood van zijn collega en vriend Pierre-Octave Ferroud in de lente van 1936 deed Poulenc besluiten op bedevaart naar de Zwarte Madonna van Rocamadour te gaan. Hier hervond hij het christelijk geloof, wat merkbaar was in de religieuze werken die hij daarna zou componeren. Ook in het dan nog niet voltooide orgelconcert is dit merkbaar. Poulenc die niet eerder voor orgel had gecomponeerd verdiepte zich in de grote orgelwerken van Bach en Buxtehude. Invloeden hiervan geven het stuk een neobarokke uitstraling. Voor de registratie liet Poulenc zich adviseren door organist Maurice Duruflé, die ook de première van het stuk heeft gespeeld gedirigeerd door Nadia Boulanger in de salon van Winnaretta Singer.

Arthur Oscar Honegger (1892-1955) studeerde viool en muziektheorie aan het conservatorium van Zürich. In 1911 vervolgde hij zijn studie aan het befaamde Conservatoire National Supérieur de Paris bij onder anderen Widor en d’Indy. In 1918 sloot hij zijn studie af en schreef hij het ballet Le dit des jeux du monde, dat beschouwd wordt als zijn eerste karakteristieke werk. Honegger maakte deel uit van de Groupe des Six, toch heeft zijn werk niet de voor deze groep karakteristieke speelsheid en eenvoud. Bovendien verzette Honegger zich – in tegenstelling tot de andere leden – niet echt tegen de romantiek van Wagner en Strauss, maar werd hij op latere leeftijd zelfs door deze componisten beïnvloed.
In het interbellum was Honegger erg productief: hij schreef onder andere negen balletten en drie opera’s. De opera Jeanne d’Arc au bûcher (1935) wordt gezien als één van zijn beste werken. Ook de te spelen Hymne pour dixtuor corde stamt uit deze periode. Verondersteld wordt dat hij depressief raakte door de Tweede Wereldoorlog. Toch schreef hij tussen 1940 en zijn dood enkele symfonieën (nummer 2 tot en met 5), die nog vrij regelmatig worden uitgevoerd.

Charles Louis Eugène Koechlin (1867-1950) was een Frans componist en muziekpedagoog. Als kind wilde hij astronoom worden, wat zich in zijn composities weerspiegelt door de vele evocatieve nachtstukken en -stemmingen. Op 15-jarige leeftijd begon hij te componeren. Maar beide interesses – de vrije kunstenaar en de systematische onderzoeker – bleven naast elkaar bestaan.
Hij studeerde aan het Conservatoire National Supérieur de Paris onder andere bij Massenet (compositie en orkestratie) en later bij Fauré (compositie), wiens assistent hij werd van 1898 tot 1901. Meer dan alle andere docenten werd de bescheiden Fauré, het voorbeeld voor zijn esthetiek. Niet alleen Fauré, maar ook Debussy zag een belofte in de magische orkestratiekunsten van Koechlin.
Zijn eerste orkeststukken zijn impressionistische stemmingsschilderingen. Later vond hij zijn eigen stijl en werd beschouwd als tovenaar, of beter als onderzoeker van de orkestklank. Zijn onuitputtelijke fantasie en zijn methodische manier van werken gingen hand in hand, zoals zijn omvangrijke Traité de l’orchestration in vier boekdelen bewijst. Geen werk is dieper in de geheimen van de orkestbehandeling doorgedrongen.
De compositie ‘Sur les flots lointains’ is gebaseerd op het gedicht ‘Dissolution’ van Paul Claudel uit de bundel Connaissance de l’Est.

Charles Camille Saint-Saëns (1835-1921) was een Frans componist, pianist en organist.
Saint-Saëns hielp aanvankelijk bij de introductie van buitenlandse componisten in Frankrijk, maar toen Duitse muziek vanaf de jaren 70 van de 19e eeuw een steeds grotere opmars in Frankrijk begon te maken, richtte hij het Société Nationale de Musique op; een organisatie die zich bezig hield met het promoten van Franse muziek en het bieden van een podium aan jonge Franse componisten.
Vanaf zijn 30ste bevond Saint-Saëns zich in de gelukkigste periode van zijn leven. Hij componeerde 12 uur per dag en wijdde zich met liefde aan het promoten van Franse muziek. In die tijd raakte hij goed bevriend met zijn leerling Fauré.
Zijn nu bekendste werk Carnaval des Animaux vond hij als serieus componist niet bij zijn imago passen en hij hield daarom een uitvoering tegen. Hoewel hij in zijn laatste levensjaren mateloos populair was buiten Frankrijk, gold dit niet in Frankrijk zelf. Zijn muziek werd door andere componisten zwaar bekritiseerd en maakte plaats voor modernere Franse componisten als Debussy.

Claude Debussy (1862-1918) – Danse sacrée et danse profane
Op 11-jarige leeftijd ging Claude Debussy naar het Conservatoire de Paris, waar hij pianoles kreeg van Marmontel en harmonieleer van Durand. Ook volgde hij korte tijd lessen bij César Franck.
De term “impressionisme” wordt vaak gebruikt om muziek van Debussy te omschrijven, hoewel dit door sommigen (ook de toondichter zelf) werd betwist. De term had de negatieve klank van vaagheid en gebrek aan structuur. In een brief uit 1908, schreef de componist: “Ik probeer ‘iets anders’ te doen – een ander soort realiteit te scheppen– wat door idioten ‘impressionisme’ wordt genoemd”.
Het schrijven van het werk Danse sacree et danse profane heeft direct te maken met de uitvinding van de chromatische harp, een harp zonder pedalen en met twee lagen snaren. Dit type harp werd maar een korte periode intensief bespeeld, zodat het werk tegenwoordig op de moderne pedaalharp uitgevoerd wordt.
De Danses sacree et profane schreef Debussy in dezelfde periode als zijn meest ambitieuze orkestwerk, La Mer. De Danse sacree heeft de sfeer van een Sarabande met transparante pastelkleuren, modale harmonieën, in een antiek idioom, gelijkend op andere ‘antiquisante werken’ van Debussy (de Dansers van Delphi, toneelmuziek voor de Chansons de Bilitis). De Danse profane is geschreven in een tertiaire maatsoort, die dit deel een stabiele basis geeft. Toch is de wisselwerking tussen harp en strijkers grilliger dan in de eerste dans, met name in tempowisselingen en dynamiek die dit deel een nauwe verwantschap met La Mer geven. De Danse profane is met zijn lome wervelingen een wals vol charme.